Wat is passend onderwijs

Voor elke leerling zo goed mogelijk onderwijs - dat is het doel van passend onderwijs. Voor veel leerlingen biedt het regulier onderwijs een prima setting, waarin ze zich goed kunnen ontwikkelen. Voor sommige leerlingen is extra ondersteuning nodig. En voor sommige leerlingen biedt een plaats in het speciaal onderwijs de meest geschikte omgeving om te leren.

Passend onderwijs maakt scholen verantwoordelijk om voor elke leerling een goede onderwijsplek te bieden. Dat doen ze in nauw overleg met ouders. Reguliere en speciale scholen vormen samen regionale samenwerkingsverbanden. De scholen en hun besturen maken binnen het samenwerkingsverband afspraken over hoe een leerling extra ondersteuning krijgt, welke voorzieningen beschikbaar zijn en wie voor een plaats op een speciale school in aanmerking komt.

Samenwerkingsverbanden

Het primair en voortgezet onderwijs hebben eigen samenwerkingsverbanden. Alle scholen maken deel uit van een samenwerkingsverband, zowel de reguliere scholen, de scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en voor speciaal (voortgezet) onderwijs van cluster 3 en 4.

Het samenwerkingsverband kan voor een groot deel zelf bepalen wat een leerling nodig heeft. De extra ondersteuning kan variëren van kortdurende, lichte begeleiding van de leerling tot een plaats in het speciaal onderwijs. Voorheen werd die ondersteuning toegewezen op basis van landelijke regelingen.

De samenwerkingsverbanden leggen in een ondersteuningsplan de spelregels vast over hoe wordt bepaald wat een leerling nodig heeft, en welke mogelijkheden er zijn om die ondersteuning te organiseren. Sommige samenwerkingsverbanden kiezen daarbij voor een gezamenlijke, centrale aanpak. Andere verbanden geven individuele scholen relatief veel ruimte om te bepalen wat moet gebeuren.

Verschillende inzichten

Er kunnen gemakkelijk verschillende inzichten ontstaan over de vraag wat een leerling nodig heeft en hoe die ondersteuning het best geboden kan worden. Verschillende belangen spelen een rol. Vaak kan dat in goed overleg worden opgelost. Daarbij helpt het als het samenwerkingsverband de regels voor besluitvorming niet ingewikkelder maakt dan strikt noodzakelijk is. Het werkt ook preventief als het samenwerkingsverband procedures en processen transparant vormgeeft.

Toch kan de situatie ontstaan dat betrokkenen het niet eens worden over de invulling van extra ondersteuning voor een leerling. Als goed overleg niet volstaat, is er een scala van regelingen en voorzieningen waarvan betrokkenen gebruik kunnen maken.